Als iemand me zou vragen wat nu juist het verschil is tussen reizen in Myanmar en reizen in de rest van Zuid-Oost Azië, dan zou ik daar niet meteen een antwoord op kunnen geven. En toch is het wel degelijk anders. Ik zou verscheidene voorbeelden kunnen aanhalen ter illustratie. Zo is er de visumaanvraag. Die is namelijk net iets omslachtiger dan voor een land als Vietnam. Je moet op de ambassade een soortement van reisroute voor kunnen leggen wanneer ze daar naar vragen en dus vergt dat wat meer voorbereiding. Dat is even aanpassen voor een man zonder plan. Een ander voobeeld zou mijn beperkte kennis over het land kunnen zijn. Nu ja, kennis. Ik wil gerust toegeven dat ik er de ballen van kende. Enkel het feit dat Myanmar ook soms Birma genoemd wordt, en dan voornamelijk door de kolonialisten onder ons, was me bekend. Die onwetendheid blijkt trouwens ook het geval voor vele andere backpackers. Er ging met andere woorden geen enkel belletje rinkelen toen ik steden moest opzoeken met klinkende namen als Mandaly, Mawlamyine of Yangon. Fun fact: in Yangon zijn waarempel (dat woord wilde ik al lang eens gebruiken) geen brommertjes te bespeuren. Enkel auto's zijn van de partij. Het gerucht doet de ronde dat één van de machtige generaals er geen zin in had en dus motorbikes heeft verbannen uit de stad. Gemakkelijk! Dat brengt me naadloos bij een ander voorbeeld: het regime. Het feit dat we weinig weten over het land heeft alles te maken met het gesloten bewind dat er jaren en jaren heerste. Hoewel er dingen veranderd zijn na de zogezegde democratische verkiezing in 2010 is het huidige regime nog steeds zeer sterk verbonden met dat van de 20 jaar ervoor. Het zijn nog steeds ex-militairen die beslissen wat er gebeurt in het land. Zelfde wijn in een andere fles wordt daarover gezegd en bijgevolg nog steeds geen democratie noch tolerantie voor tegenkanting.
Er zijn nog meer kleine voorbeelden aan te halen zoals de treinrails die een wel erg hoog rollercoastergehalte hebben, het vuilnis dat hier in nog grotere hopen op straat gegooid wordt of het feit dat de mannen een traditionele rok - ook wel longyi genoemd - dragen, maar dat is eigenlijk allemaal minder relevant. Het grootste verschil zit em eigenlijk gewoon in de mensen. Veruit het meest vriendelijke volk dat ik al hebben mogen ontmoeten. Ik dacht thans echt dat het na Laos, waar ook enorm gastvrije symphatiekelingen rondlopen, niet meer beter kon worden. Het kan dus wel degelijk, namelijk in Myanmar. Verzamelde voorbeelden daarvan zijn op een week tijd in feite al tot in het oneindige opgelopen. Ik ga het nooit allemaal kunnen onthouden. Laat staan vertellen. Hopelijk maakt een beschrijving van mijn treinrit tussen Yangon en het centraal gelegen Kalaw een en ander duidelijk.
Om 16u30 sta ik samen met Terri en Christine, twee goedlachse dames uit respectievelijk the US of A en Canada waar ik samen mee reis deze dagen, op het peron in het Yangon treinstation. Welke richting we uitgaan, vraagt een ons onbekende man nog geen minuut na onze aankomst. We overhandigen ons ticket naar tussenstop Thazi dat we eerder die dag geboekt hadden. De man knikt en wil dat we hem volgen. Hij loopt helemaal mee tot aan onze wagon, tot aan onze coupé, wijst aan welke drie bedden (we gaan met de slaaptrein) de onze zijn en geeft ons ticket braaf terug. We installeren ons rustig en de trein vertrekt. We hebben een roomie. Amule is de naam. We vragen of hij weet hoe de ventilator werkt. Hij drukt alle knoppen een keer of 3 in. Het werkt niet. Het volgende half uur is hij bezig met de conducteur aan te spreken over de elektriciteit en haalt hij de ventilator in en uit elkaar om te kijken wat er mis is. Met een droevige blik maakt hij duidelijk dat hij het niet kan fixen. Niet zo erg want de zon is ondertussen onder en er komt een heerlijke zomerbries doorheen de open ramen van de trein. Amule maakt ook duidelijk dat hij wil proberen gitaar te spelen (Ik heb een goedkope gitaar gekocht in Yangon om verder te reizen. Hoezee!) en laat me een nummer op zijn mp3-speler horen dat hij heel mooi vind. Ik zoek de akkoorden van het toch wel kutnummer uit en leer ze hem. Hij is in de wolken. Even later stopt hij één van zijn koptelefoonoortjes in mijn oor, dan kunnen we samen naar muziek luisteren. Ik besluit om naast gitaarles ook muzikale opvoeding te geven en ram opeenvolgend Pinback, The Shins, The Strokes, Sufjan Stevens, The Police en The Kinks door zijn rechteroor. Hij vuurt vele luchtgitaarsolo's af. He likes it.
Ik wordt wakker ongeveer om 4uur in de morgen. Een kwartier voordat we in Thazi aankomen. Leve de biologische reisklok! Ik maak de meisjes wakker en we rollen van de trein. Een vriendelijke man doet de moeite om onze coupé nog even door te zoeken met een zaklamp en geeft nog gauw mijn zakje met oordoppen, dat ik kwijt was geraakt, aan door het raam van de vertrekkende trein. Thank you very much sir! Ook in Thazi op het peron spreekt iemand ons meteen aan om te vragen waar de reis heen gaat. De meisjes slapen nog zo goed als en dus maak ik de man duidelijk dat we richting Kalaw gaan. De man doet het nodige en nog geen 20 minuten later heb ik de juiste tickets en informatie beet om de reis verder te zetten. Het is wel nog een uurtje wachten op onze aansluitende trein.
Het wordt een boemeltrein doorheen de bergen en bijhorende dorpjes. Het is nieuwjaar in Myanmar (al de derde keer dat ik nieuwjaar vier dit jaar) en iedereen is in z'n nopjes. Het is namelijk de belangrijkste week van het jaar. Het grootste feest en de langste vakantie. Iedereen gaat van de grote steden terug naar huis voor een week om familie op te zoeken. De trein zit dus vol, voller, volst. Uiteraard staat iedereen zijn zitje af aan ons, en als ik dan toch een oudere man heb kunnen overtuigen om op mijn plaats te gaan zitten schiet er meteen iemand recht om een zijdeur te openen. Zo kan ik op het trapje zitten, voetjes naar buiten en genieten van het uitzicht. Ik ga zitten, maar niet voordat nog een andere jongeman en plastieken zakje onder mijn gat schuift opdat ik toch maar niet op de grond moet gaan zitten. Onderweg stopt de trein ook ergens in een dorpje alwaar de de stationschef heel de trein vriendelijk uitnodigt om op zijn kosten een vers gemaakte champignon noodle te eten in een geimproviseerd openluchtrestaurantje op het perron. Oh ja, nieuwjaar noemen ze hier ook het waterfestival. Dat is ook bekend in Thailand. Mensen gooien kwistig met water om alle zonden weg te wassen, overal en naar iedereen. De dorpelingen gooien langs de sporen ook binnen in de voorbijrijdende trein. Een watergevecht later, waarvan de dorpelingen wegens het gebruik van emmers duidelijk de grote overwinnaars zijn, komen enkele gasten met me praten. Al gauw wordt de gitaar het gespreksonderwerp, dat is namelijk gemakkelijk uit te beelden. (Bij deze nog even Vincent bedanken voor dat boekje over lichaamstaal... Stevig nuttig wezen!) Ze willen dat ik bij hun kom zitten met gitaar. Er is nog een gast die gitaar speelt. De deal is dat hij een nummer uit Myanmar speelt en daarna ik een Westers. De hele wagon zong uit volle borst mee en er werd lustig geapplaudiseerd, althans dat was zo voor de nummers die niet door mij gespeeld werden. Na Proud Mary, Folsom Prison Blues of No Woman No Cry kreeg ik telkens een lauw applaus, voornamelijk voor de gedane moeite. Ik steek het op het feit dat ze amper Engelstalige muziek kennen ... Ik kreeg wel bijna een ovatie toen er een gemeende 'I love Myanmar' over mijn lippen rolde. Iedereen content. Een paar uur, enkele biertjes, veel rijst, liters water en veel onverstaanbare Myanmarese moppen later nam ik afscheid van mijn twee vrouwelijke reiscollega's en mijn andere treingezellen. Er staat namelijk een 3daagse trektocht van Kalaw naar het mooie Inle lake op het programma. Een treinreis van een 20-tal uren is, raar maar waar, voorbij gevlogen.
Geen foto's deze keer wegens traaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaag internet. En geen goesting.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten