vrijdag 14 maart 2014

No Worries

Week 10. Ongeveer. As ik goed geteld heb. De tijd vliegt en er is sinds Vietnam weer een nieuw hoofdstuk gepasseerd: ziek zijn. Het kan gebeuren in België en het kan nondedju ook gebeuren in Azië. Liever niet natuurlijk en zeker niet in Hanoi. Hoewel ik zeker niet dood aan het gaan was en hoewel de verpleegsters in het ziekenhuis van Hanoi mooi en lief waren is Hanoi gewoon een drukke stad waar je wil dat je lichaam mee kan om de motorbikes te ontwijken en waar je liever niet hebt dat je maag elke keer omdraait wanneer je een gefrituurde (of is het een gebraden?) hond in de kraampjes langs de straat ziet liggen. De dokter vond dat ik het maar rustig aan moest doen, maar verzekerde me dat ik geen tropische ziekte te pakken had. Toch reden genoeg voor mij - diva als ik ben - om een iets duurdere vlucht naar het Noorden van Laos te nemen in plaats van een anderhalve dag durende busrit.



Zogezegd, zogedaan. Anderhalf uur na opstijgen stond ik met een Venezuelaanse schone, Stephanie, in Luang Prabang. Eens ingecheckt in de hostel zijn we samen de plek gaan verkennen. Een mooi stadje waar op een traag tempo geleefd wordt (eigen aan Laos) in een warm klimaat en de toeterende vehikels die alomtegenwoordig waren in Vietnam blinken hier uit in afwezigheid. Ongelofelijk hoe hard het opvalt als er ineens geen claxons in het verkeer meer gebruikt worden. Zalig. Het was dus een ideale plaats om uit te zieken en de minder geslaagde doortocht door Hanoi door te spoelen. Het was allemaal heel gezellig en er ik ontmoette nog schoon volk waardoor mijn verblijf in Luang Prabang een beetje, maar alles behalve tegen mijn goesting, uitgelopen is. Heerlijk en ongedwongen. Een groot pluspunt van alleen reizen. Plannen is relatief.

Zonsop/ondergang aan de (wel) Mekong, schransen aan het 1-dollar straatbuffet, theetje/biertje/cocktail drinken in één van de vele gezellige zaakjes, keuvelen met de toeristenpolitie over wat nu eigenlijk wel/niet mag of gewoon wat over het avondmarktje slenteren op zoek naar wat mooie spulletjes voor mijn kleine neefje Samuel én de nieuwe familie-aanwinst die verwacht wordt. Echt vakantie en ook zeer aangenaam na een intense en vermoeiende trip door Vietnam met de Snos (aka. Mr. Moustache, aka Dj Dali-much, aka Prins of facial hairistan, aka Martijn). Uiteraard heb ik ook de toeristisch/cultureel verplichte dingen gedaan: olifanten gewassen in de rivier, tempels bezocht, whisky geproefd  (straf spul Lao Lao!) en de prachtige Kuangsii (of hoe het ook mag geschreven worden) waterval(len) bezocht en bezwommen.
Goede week dus.










De minibus naar Van Vieng was weer hels, maar elk nadeel heb z'n voordeel, want ik zat stevig vastgeklemd tussen een stapel rugzakken en de vriendelijke Amerikaan die luistert naar de naam Eric. Hij had een gitaar vast en dus ben ik met hem mee een hostel gaan zoeken. In de kamer sliep ook Omer. Een hyparactieve, harige en hilarische Israeliër die zich in sneltempo als volgt voorstelde: Hi, I'm Omer like from the Simpsons but no H so no Omar because I'm from Israel and not an Arab and also I'm Jewish, yes an Israeli Jew, fuck me right!?
Grappige kerel met veel te veel energie en een nieuw triumviraat was geboren. Met ons drieën zijn we gaan zwemmen en van de schommels gaan zwieren in de Blue Lagoon, amateurspeleoloog gespeeld in een mooie grot, hebben we mountainbike tochtjes gedaan, zijn we gaan kajakken en hebben we goed gegeten en gedronken. Onderweg naar het kajakken helaas wel een slachtoffer zien liggen van een recente en dodelijke aanrijding. Verschrikkelijk. Motorbike aangereden door een bus. De bussen rijden hier alsof ze de koning van de weg zijn. Zeer gevaarlijk voor de vele motorbikes. Een uur later was het lijk nog steeds niet 'operuimd'. Ook dat is Azië. Er gebeuren natuurlijk ook veel dingen die wel leuk zijn. Zo hebben we in de Blue Lagoon 2 oudere vrouwen leren kennen. Eentje van hen - Angela - meldde ons het heugelijke feit dat ze 2 zetels vrij had en dat ze in Vientiane, de hoofdstad van Loas en (wonder boven wonder) mijn volgende stop, woonde. Het gezelschap in Vang Vieng was leuk, maar de stad niets voor mij dus wilde ik snel naar Vientiane. Eric en ik zijn samen verder gereisd en zijn op het aanbod van de lieve Angela ingegaan. Het is echt een schatje. Ze rond de 60 en we noemen haar soms onze New Zealand Mom. Ze woont ongeveer 2 jaar in Laos en geeft les op een Engelstalige school voor rijke Laotianen. We hebben er 2 nachten gespendeerd op een zachte sofa en konden van haar lekker warme en propere douche gebruik maken. Er was ook een tv met Amerikaanse films en dat is ook wel eens een welkome afwisseling met de lokale onverstaanbare maar toch duidelijk slecht geacteerde soaps die over op de tv's in de lokale zaakjes opgezet worden.



 Angela heeft ons goed verzorgd. Ze gaf fruit en snoep en we mochten zelfs haar motorbike gebruiken om de stad in te gaan. We hebben haar dan ook maar mee uit eten genomen als bedankje. De laatste dag van ons verblijf voelde ze zich wel heel ziek. Ze dacht dat het Dengue fever was, wat ze al 2 keer gehad had. Ik heb haar dan maar naar het ziekenhuis gemotorbiked waar ze goed nieuws kreeg: geen Dengue. Joepie!










We hebben ook veel van Angela geleerd over het land Laos.
Haar verhalen zorgen wel voor een ander perspectief. Het is goed in een vrij en democratisch land als België en Europa bij uitbreiding. Laos is eigenlijk ook een derdewereldland en één van de armste landen ter wereld. Vientiane, de hoofdstad, is dan ook relatief klein en laag bebouwd. De overheid zit in de schulden en er is weinig geld voor projecten. Hier zie je dan ook niet veel van de typische prestigeprojecten die je overal in Azië ziet opduiken in de trend van megalomane skyscrapers of hypermoderne transportmiddelen. Als er al een (klein deel van een) min of meer moderne snelweg te vinden is moet je enkel kijken welke richting die uitgaat om te kijken wat het addertje onder het gras is. Je kan het misschien al raden, maar het is ook geen geheim: de Chinezen zijn overal, dus ook in Laos. Enorm interessant land voor hen natuurlijk want Laos is uitgesproken communistisch (nog meer dan Vietnam heb ik de indruk), grenst aan China, heeft enorm veel natuurlijke rijkdommen en is nog relatief onontgonnen. Business as usual. wel nefast voor natuur, traditie en cultuur. De Laotianen zijn echter niet het soort mensen dat zich zorgen maakt. De lijfspreuk is dan ook Bo pen yang of vrij vertaald: No worries!
Na dit alles gaven we Angela een dikke knuffel, bedankten haar nog eens voor de gastvrijheid en wensten haar veel beterschap alvorens op zoek te gaan naar een nieuw avontuur: op zoek naar Konglor cave.

Een meisje in Sapa had me die plek en grot aangeraden en ik had het onthouden. Eric had eigenlijk andere plannen, maar besliste die om te gooien en toch maar mee te gaan op ontdekkingtocht. We hadden geen opzoekingswerk gedaan en mijn reisgids over Laos is belachelijk beperkt. Gelukkig hadden we gezond verstand en had een enorm lieve meid me nog een mooi kaart van Laos en goed overzicht gegeven. Vanuit het busstation hadden we een lokale bus kunnen fixen. Dat wil zeggen geen airco, stoppen (of beter gezegd een beetje vertragen) om de 10 minuten om iemand op te pikken of af te zetten. Meestal ga je naar een grotere stad omdat ze vanaf daar wellicht een bus inleggen naar een bezienswaardigheid. Eric dacht daar anders over, wilde kost wat kost uit de stinkende en snikhete bus, en vond dat we moesten afstappen in het centrum van the middle of nowhere. Zogezegd zogedaan. Met nog slechts een 100 kilometer te gaan maakte een man me (ongeveer) duidelijk dat er geen bussen meer reden richting Konglor en liften hier niet bestaat. Na een paar kilometer wandelen in wat we hoopten dat de goede richting was heb ik dan een soort tuktuk/bestelwagentje/taxi ding kunnen overtuigen ons mee te nemen naar Konglor. Het was een zalige rit doorheen het prachtige limestone forrest terwijl de zon aan het ondergaan was. Het feit dat we tussen de dozen, verpakkingen en jerry cans geplooid zaten maakte het enkel mooier. Alsof het nog niet mooier kon eindigen zette de chauffeur ons af aan een proper guesthouse met enorm vriendelijke uitbaters en de coole Fransoos Xavier waarmee we een biertje gingen drinken in het rustige maar oh zo mooie dorpje. Al gauw maakten we kennis met een niet-vervelend Nederlands koppel en werd een biertje heel veel biertjes en whisky. Mijn maag zei dat hij akkoord was en dat ik voor het eerst sinds lang nog eens grote hoeveelheid alcohol mocht verzetten zonder hele dagen aan de pot te hangen. Bedankt maag (en darmen natuurlijk)!
De bergen en de Konglor cave zijn ook prachtig. Ook het meertje erbij met grote vissen waar we heerlijk konden zwemmen in een adembenemend landschap. En ook de barbeque met een lokale familie (met karaokemachine jawel!) aan de rand van het meertje was lekker. Het is een heerlijke plek, moeilijk te beschrijven in woorden of zelfs om te vatten met foto's. Ik zou zeggen ga zelfs eens kijken voor de rest van de wereld het ontdekt!








Goed. Dat was het voor nu. Altijd langer dan en minder overzichtelijk dan ik plan, maar dan is de mama ook content. Oh ja nog wel groot nieuws, want ik heb al een job voor als ik terug in België ben. Ik ben officieel gevraagd om Peter te worden van onze Jan en Nathalie hun kindje!

Sabaidee!!!

zondag 2 maart 2014

Kill Your Darlings

Hallo,

Allereerst mijn excuses voor de nogal expliciete woordkeuze van mijn reisgezel in de vorige blogpost. Een 16+ teken was misschien niet overbodig geweest. Maar goed, gedane zaken nemen geen keer en we hebben toch eens kunnen lachen.

Bij de laatste post zaten we nog in Hoi An. Van daar is het snel gegaan. Dat moest ook want we wilden nog een aantal plekken bezoeken in het Noorden van Vietnam vooraleer ons visum zou vervallen. We maakten een korte tussenstop in Hué. Daar zijn we letterlijk maar een paar uur kunnen blijven hangen omdat onze trein richting Ninh Binh nog die avond vertrok. Ik kan dus niet veel vertellen over Hué behalve dat Martijn zeer goed in de smaak viel bij de ober van het restaurantje waar we zijn gaan lunchen. De jongeman was wel zeer vriendelijk. Bijna ongepast eigenlijk en eerlijk gezegd voelden we ons beiden enorm ongemakkelijk als lustobject. Wel lekkere springrolls gegeten.

Een lange treinrit bracht ons uiteindelijk in Ninh Binh. De eerste stop in het Noorden. Het was er een pak kouder en regenachtig. Het was alweer 2 maanden geleden dat ik echte koude had gevoeld... Brrr. De stad Ninh Binh vond ik vreselijk. Het is er niet al te proper en oogt zeer industrieel. Veel en grote vrachtwagens op de weg dus die - zoals wel vaker in Vietnam - zichzelf een weg door het verkeer heen claxoneren. Luid man! Niet normaal. Joke Schauvliege zou er niet mee kunnen lachen. Eens uit de stad gescooterd is het dan weer hemels. De eindeloze rijstvelden die door je gedachten flitsen wanneer je aan Azië denkt, de voller dan vol gestapelde fietsen en de mensen op het land met de typische strooien hoed. Schoon zalle. Overal in het landschap zijn er ook kleine bergjes en rotsen. We hebben daar dus wat bergjes of de typische rotsformaties beklommen en we hebben ook bootje gevaren door grotten. De roeisters op die bootjes roeien trouwens met hun voeten. Uiterst onelegant en inefficiënt, maar ze hebben de handen wel vrij natuurlijk...








Van Ninh Binh hebben we een te duur minibusje betaald met een zeer slechte service (we werden ergens aan de rand van een soortement van snelweg aan de rand van Hanoi afgezet in plaats van aan het busstation zoals voorzien) om dan (na lang zoeken en een taxi te betalen) de nachtbus naar Sapa te nemen. Sapa licht ongeveer op 1600  meter hoogte. En wij dachten dat het in Ninh Binh al koud was, maar dat was dus nog voor dat we wolkjes aan het blazen waren op de kamer in Sapa. Wolken genoeg in Sapa trouwens. Het kan er plots enorm mistig worden. Foggy come, foggy go zo zeggen ze hier. De mist trekt even snel weer weg als ze gekomen is. Als de zon dan een beetje haar best doet is de temperatuur zelfs aangenaam. In de bergen rond de stad zijn er verschillende kleine dorpjes waar etnische minderheden leven in zeer basic omstandigheden. We hebben doodsbedreigingen gekregen van enkele van de vrouwen die het niet eens waren met onze beslissing om met Susu, een oudere vrouw van een bergstam, de dorpjes te gaan bezoeken en niet met hun. Ze zweerden dat hun mannen ons zouden vermoorden als we in hun dorp een voet binnen zouden zetten. Dat is gelukkig niet gebeurd en we hebben op een boeiende trektocht met Susu en 2 andere lokale dames enkele van die bergdorpjes bezocht en hebben bij één van de dames in huis (of eerder in een houten barakje) lekker te eten gekregen.










Verder hebben we nog wat lokale delicatessen geproefd zoals de rijstwijn (niet zo lekker) en de honing (enorm lekker, zeker in gemberthee hmmm) en wat gevoetbald met de kinderen van de hoteleigenaars. Eén van de kinderen was wel bijna onder een auto gelopen maar Martijn en ik pleiten onschuldig want we hadden de mama persoonlijk gemeld dat ze haar kinders nu zelf in de gaten moest houden omdat we gingen vertrekken en ze had haar OK gegeven. Het jochie is er met de schrik vanaf gekomen en wij ook gelukkkig.

Op naar Hanoi. Om 5u30 in de ochtend aankomen is echt wel veel te vroeg, maar het was wel mooi om de stad te zien ontwaken. Er wordt veel gesport op de pleinen en rond het meer (badminton, snelwandelen, stretchachtige dingen, ...) voor er aan dag begonnen wordt. Martijn vertrok die avond nog voor een aantal dagen naar Japan vooraleer hij weer naar de Belgische heimat vertrekt en daar zijn bodemloze flauwe moppenput zal ledigen. Bij deze wil ik hem nog eens bedanken voor de vele grappige momenten, zijn aanleg voor de niet-platgetreden paden te bewandelen, en zijn snor. Die laatste bleek meermaals een perfecte conversatiestarter, en bovendien ziet het er ook gewoon grappig uit. En swag natuurlijk.

Vietnam zit er alweer op. Volgende halte: Laos. Ik ben daar eigenlijk al ondertussen. Het ziet er hier mooi uit, maar meer daarover in de volgende post.

U wees gegroet!